• Postbus 2793 | 3800 GJ Amersfoort

Grenstoezicht en handhaving tijdens de Coronapandemie: Een inkijk in de organisatie van de Koninklijke Marechaussee

De COVID-pandemie was ook voor de Koninklijke Marechaussee een bijzondere periode: het werkaanbod veranderde (tijdelijk, maar wezenlijk), er kwamen nieuwe pandemiegerelateerde taken bij en geregeld werden medewerkers naar huis gestuurd om de kans op besmetting en uitval van personeel tegen te gaan. Niet alleen was het soms ingewikkeld om het gewone werk door te laten gaan; ook kreeg deze politieorganisatie met militaire status een eigen rol in de aanpak van de pandemie. Zo werd ondermeer de buitengrens – in principe – gesloten voor personen van buiten het Schengengebied. Het doel van de weigeringen was om het virus zoveel mogelijk te vertragen en liefst buiten de deur te houden. Deze rapportage gaat in op het grenswerk én de handhaving door de Koninklijke Marechaussee tijdens de pandemie, met name hoe uiteindelijk vanuit het eerstelijnswerk werd omgegaan met de coronamaatregelen en het (deels veranderde) werk aan de basis. Het uitgevoerde onderzoek dient tevens inzichten te verwerven en lessen te formuleren die bij eventuele toekomstige crises van toepassing kunnen zijn. Voor het doel van deze studie werd een combinatie gebruikt van literatuur, interviews op zowel beleids- als uitvoerend niveau, een korte vragenlijst, een internationale expertsessie en (open) bronnenonderzoek. Ook werd aanvullend ‘meegelopen’ om een idee te krijgen van het dagelijks werk. Dit onderzoek ging niet over een kloof tussen beleid en uitvoering: die is er immers bij organisaties altijd in zekere mate en zou een clichématig onderzoek hebben opgeleverd. In deze studie is vooral nadruk gelegd op reacties van de werkvloer op veranderde omstandigheden als gevolg van COVID-19 .

De hoofdconclusie van dit onderzoek is dat de feitelijke (daadwerkelijke) handelingsruimte en beleidsvrijheid door de eerstelijnswerkers van de Marechaussee werden benut om het werk tijdens de pandemie praktisch uitvoerbaar, moreel uitlegbaar en humaan te houden. Bij de stijlen van regeltoepassing domineerden daarom zowel zorgvuldige afweging als het opzoeken van de randen (met bijvoorbeeld ruime interpretaties van opdrachten en kaders). Zorgvuldig afwegen en onderzoeken van elke casus bleek weliswaar een ambitie, maar was in de praktijk erg tijdrovend en weinig praktisch. Feitelijk werden daarom soms de randen van de regels (o.a. Handelingskader Weigering COVID-19) opgezocht om een passende oplossing te vinden voor een specifieke casus. En soms werd afgeweken van beleid en werd beleid genegeerd. Dat gold ook voor de grenswachten aan de balie op Schiphol en (hun interactie met) de Hoofden Doorlaatpost. Vóór de pandemie was het werk van de grenswachten verhoudingsgewijs sterk geprotocolleerd, maar nog steeds met een zekere ruimte om maatwerk te verrichten voor individuele en complexe(re) casuïstiek. Tijdens de pandemie werd het machinebureaucratische element van dit baliewerk minder, doordat de casuïstiek vele malen complexer werd wegens het Handelingskader. Dit vroeg om situationele oplossingen.

Geconcludeerd wordt dat marechausseemedewerkers hun beleidsvrijheid gebruikten om de in alle onzekerheid en onder tijdsdruk genomen besluiten op hoger niveau bij te stellen en zelfs af en toe te corrigeren. Er werd als het ware geprobeerd de lens scherp te stellen tijdens de uitvoering en daarmee een scherpe(re) blik te krijgen op hoe het beleid het best kan worden uitgevoerd. Dit is een meer dan bekend mechanisme in de wereld van eerstelijnsorganisaties met feitelijke beleidsvrijheid voor uitvoerende medewerkers.

In buitengewone situaties als een pandemie of andere crises speelt per definitie vaak grote onzekerheid. En snelheid van handelen is geboden. Terugblikkend op de pandemie is het verstandig voor de staf en Landelijk Tactisch Commando (LTC) om  nog meer dan destijds te zien waar de operationele laag (op een efficiënte manier) kan worden betrokken bij de beleidsvorming en het opstellen van handelingskaders. De aanbeveling van dit onderzoek is een ‘reality/feasability check’ van beleidsvoornemens, ook in buitengewone omstandigheden als een pandemie, in te bouwen en daar ondersteunende (tijdelijke) organisatievormen voor in te richten.